Vachtsoort van de hond, vachtsoorten bepalen en herkennen

Door DaniëlleC
Donderdag 10 Juli 2014

Honden hebben verschillende vachtsoorten, vaak weten mensen niet welke vachtsoort hun hond nou heeft. Er zijn veel misverstanden wat betreft de soort vacht.

Stokhaar en lang stokhaar
De stokharige vacht bestaat uit twee verschillende lagen. Je hebt de ondervacht en het dekhaar. De ondervacht bestaat uit dicht wollig haar. Het dekhaar oftewel de bovenvacht is langer en steviger.

Het vachtpatroon van stokharige honden laat lange dekharen zien op de rug, kraag, broek (onder de billen) en staart. Op de poten en op de snuit bevindt zich kort haar.

In de ruiperiode laat de onderwol flink los en valt het uit. Als de onderwol weer ingroeit verharen de dekharen geleidelijker.

Voorbeeld: Duitse Herder, Mechelse Herder

Bij lang stokhaar is de onderwol vaak vrij lang of gelijk aan de lengte van de bovenvacht. De verharing is van korte duur, maar wel hevig. De onderwol en de bovenvacht lijken wel tegelijk te wisselen.

Voorbeeld: Newfoundlander.

Korthaar of gladhaar
Kortharige honden hebben korte dekharen. De vacht bevat vrijwel geen ondervacht. Tijdens de rui periode kan er plaatselijk kaalheid optreden, dit komt door de afwezigheid van de onderwol. Kortharige honden kunnen voor veel haaroverlast zorgen.

Voorbeeld: Boxer, Jack Russel

Ruwhaar
Ruwhaar wordt ook wel draadhaar of stekelhaar genoemd. De ruwharige vacht bevat een wollige ondervacht en als bovenvacht harde dekharen. Afhankelijk van het hondenras is het dekhaar hard en recht, gegolfd of warrig. Ruwharige honden hebben vaak een korte dikke staart.

Tijdens het verharen wordt de ondervacht geleidelijk aan vervangen. Wanneer de ondervacht weer is ingegroeid begint de vervanging van de dekharen. De vacht wordt dan plukrijp, de dekharen kunnen dan uit de vacht geplukt worden door een trimster.

Voorbeeld: Schnauzer, West Highland White Terriër (Westy)

Cairn Terriër, ruwharig

Cairn Terriër, ruwharig

Langhaar
Bij een langharige hond zijn de dekharen even lang als de lange onderwol. De snuit en de poten zijn geheel langbehaard.

De ondervacht kan in een redelijk korte tijd flink vervangen. De totale vervanging van de dekharen kan wel 1,5 of meer jaren duren. Dit komt doordat de haarfollikels allemaal hun eigen groeicyclus hebben.

Voorbeeld: Old English Sheepdog (Bobtail), Maltezer

Halflang haar
Een halflang harige hond heeft een langere dekvacht met een fijne structuur. Er is korte onderwol aanwezig. De snuit en de voorkant van de benen zijn kortbehaard. Een halflangharige hond heeft extra beharing (bevedering) op de oren, borst, broek (onder de billen), tenen en aan de achterkant van de poten.

Afhankelijk van de structuur vervangt de vacht zichzelf continu of in kortere ruiperioden.

Voorbeeld: Engelse Cocker Spaniel, Golden Retriever

Engelse Cocker Spaniel, halflang harig

Engelse Cocker Spaniel, halflang harig

Kroeshaar of krulhaar
Deze krullige vacht zorgt maar voor weinig haaroverlast. De schaars aanwezige dekharen worden volgens de individuele groeicyclus van de follikels vervangen. De meestal lange wolharen laten los zodra ze hun maximale levensduur hebben bereikt. Deze losse haren blijven in de krullerige vacht hangen.

Voorbeeld: Poedel

Vilthaar
Bij een viltharige hond zijn de dekharen en de wolharen van gelijke lengte. De overvloed aan wolharen zorgen voor een sterke klitvorming. De klitten moeten opgesplitst worden in koorden of platen.

Voorbeeld: Komondor, Puli

Haarloos of naakt
Bij een haarloze hond is er vrijwel geen haargroei aanwezig. Dit wordt veroorzaakt door de afwijking hypotrichosis. Een naakthond is geheel kaal of schaars voorzien van dekharen. Op de achterpoten, de schedel en de staartpunt is vaak dun haar te zien. De huid van en naakthond is vaak sterk gepigmenteerd.

Voorbeeld: Chinese Naakthond