Ebola virus bij apen, vleermuizen en andere dieren

Door DaniëlleC
Vrijdag 01 Augustus 2014

Het Ebola virus is een zeldzame virusziekte die heel erg dodelijk is. Het virus veroorzaakt ernstige afwijkingen in het bloed, waardoor er inwendige bloedingen ontstaan. Het virus wordt verspreidt via bloed, ontlasting, urine, braaksel, sperma en zweet.

Het ebola virus vindt zijn oorsprong in Afrika. In 1976 werd het virus pas ontdekt. Vaak wordt het virus overgedragen door apen op de mens. Dit kan door middel van een beet zijn of door het eten van besmet apenvlees. Er zijn ook andere diersoorten die besmet kunnen zijn.

Uit een recent onderzoek blijkt dat vruchtenetende vleermuizen (de hamerkopvleerhond en twee andere soorten) de natuurlijke gastheer zijn van het virus. De vleermuizen brengen via hun poep het virus over naar dieren zoals, chimpansees, gorilla’s en antilopen. Via speeksel brengt de vleermuis het virus over op apen. Het speeksel blijft achter op stukjes aangevreten fruit, de apen eten dit fruit en raken besmet.

De vleermuis is alleen een gastheer, dat wil zeggen dat de vleermuis alleen het virus bij zich draagt maar er zelf niet ziek van wordt. Hierdoor wordt het virus razend snel verspreidt naar andere diersoorten en mensen.

Ebola breekt vaak bij mensapen uit in de droge tijd, wanneer er weinig fruit is. In die tijd is de kans groot dat vleermuizen en apen met elkaar in contact komen, bijvoorbeeld als ze ruziën om fruit. De conditie van de vleermuizen is in die periode slechter door het voedselgebrek. Hun immuunsysteem kan dan slechter het virus in het lichaam onderdrukken. De antistoffen voor het virus zijn in die periode niet in het lichaam aanwezig, terwijl zij die normaal wel bij zich dragen.